Herstellen van een verslaving staat gelijk aan een ontdekkingsreis. Een expeditie naar jezelf. Als je besluit om naar een kliniek in Zuid Afrika te gaan, ga je op dubbele onderzoekingstocht. Dan wordt het een life time experience. Je vindt dan na verschrikkelijk hard werken jezelf terug. Tegelijkertijd krijg je ook de kans om een adembenemend mooi stukje van de wereld te leren kennen.

(Bekijk hier het originele artikel in pdf)

In de driehoek van de historische plaatsen Paarl, Franschhoek en Stellenbosch, beschermd door een majestueus cordon van imposante bergen, ligt het landgoed Bloemendal. Op de glooiende heuvels tussen de bergen in, kwamen de Hollanders er drie eeuwen geleden al achter dat de grond hier uiterst vruchtbaar is en uitermate geschikt voor de druiventeelt. Dit is dan ook het hart van de wijnroute van Zuid Afrika. Op Bloemendal worden echter geen druiven verbouwd. Op deze hectaregrote regtig Afrikaner Farm zijn het citroenen die voor de inkomsten zorgen. Tienduizenden, keurig in rijtjes geplante citroenbomen. Door de vele donker gekleurde landarbeiders die op het land werken, lijkt het net of je in een scène van de film Gone with the wind bent terecht gekomen. In 1649 ontdekte Simon van der Stel deze onontgonnen streek en al snel vestigden enkele gezinnen zich bij hem in ‘Van der Stelse bosch’ en bouwden er hun huizen. Dezelfde bouwstijl van toen – de Kaaps-Hollandse stijl – voert in 2012 nog de boventoon in de West Kaap. Ook het landhuis van Bloemendal is karakteristiek voor die stijl: witgepleisterde muren, een rieten dak en een rijkversierde gevel. In deze farm woont echter geen boerengezin meer. Deze boerderij doet dienst als uiterst moderne verslavingskliniek. Sinds afgelopen februari kunnen patiënten van verslavingsinstelling Spoor6 hier terecht voor hun behandeling.

 

Macht en aanzien

Maartje (27) is één van de patiënten die op Bloemendal opgenomen is vanwege een cocaïneverslaving. ‘Ik kwam hier aan als een broodmagere junk en ik was doodsbang. Het eerste wat me hier opviel was dat iedereen zo lief voor me was. De eerste week had ik nog een soort Center Parcs gevoel. De tweede week dacht ik: dit kan nog wel eens pittig worden. De derde week dacht ik: fuck, dit gaat werken. Toen begonnen de eerste puzzelstukjes op zijn plaats te vallen. Maar goed, we volgen hier dan ook een vol programma en de therapie is zwaar. Erg zwaar. Tien jaar geleden ben ik begonnen met een pilletje xtc in het uitgaanscircuit. Ik heb veel geprobeerd in die tijd. Ik deed overal aan mee, eigenlijk was ik gewoon een meeloper. Mijn ouders scheidden in die tijd en dat was voor mij een goed excuus om te roken, te blowen en te gebruiken. Zes jaar geleden heb ik voor het eerst coke gesnoven. De eerste keer deed me dat vrij weinig. Ik kreeg verkering met een hele stoere jongen. Hij regelde altijd alles voor iedereen, inclusief drugs. Via hem kwam ik ook bij de Hells Angels terecht. Dat vond ik stoer en het gaf me macht en aanzien. Er waren veel gebruikers onder hen. De vrouw van de president stond met coke op en ging ermee naar bed. Mijn volgende stap was om op zaterdag overdag ook coke te gaan gebruiken. Al heel snel gevolgd door doordeweeks gebruik. Toen het een jaar later met mijn vriend uitging, ging ik van God los.’

 

Persoonlijke en intense aanpak

Directeur van de kliniek is klinisch psycholoog Marianda Eras. Ze is verantwoordelijk voor het behandelprogramma, de patiënten en het personeel van de kliniek. ‘Wij hebben een duale benadering van verslavingsbehandeling . Dat is een combinatie van het 12 stappen Minnesota Model en een uitgebalanceerde psychotherapeutische behandeling. Zowel individueel als in groepsverband. Dat maakt onze behandeling bijzonder effectief. Het begin van het programma is er op gericht de patiënt door stap 1 te begeleiden. Wij helpen ze de verslaving te herkennen en te begrijpen. Pas als ze uit de ontkenningsfase zijn, kunnen ze beslissen wat ze écht willen. Daarvoor is een persoonlijke en intense aanpak nodig. Niet alle verslaafden zijn hetzelfde. Onze psychologen leren de patiënten coping-stijlen te hanteren. Daarnaast gaan ze aan de slag met emotieregulatie. Ook dat is een cruciaal element bij verslavingsbehandeling. Verslaafden kennen vaak hun eigen emoties niet. Identificatie van die emoties is erg belangrijk. Daarnaast krijgen ze groepstherapie, zo nodig traumatherapie en gestalttherapie (therapie waarbij bewustwording en het hier en nu voorop staan, red.). Wij vinden het belangrijk dat de patiënt zichzelf herontdekt. Wanneer je verslaafd bent, raak je steeds meer verwijderd van wie je bent.’

 

Lome bedrijvigheid

‘Het zijn het drukke behandelprogramma, de aanvullende therapieën, de fysieke oefeningen, het groepselement, het plezier en de inspirerende omgeving die deze behandeling zo effectief maken,’ verklaart Marianda. ‘Het is een life time experience. Dat maakt de kans op een radicale verandering in het leven mogelijk. Alleen stoppen met drinken en gebruiken is niet genoeg. Maar voor die transformatie moet heel wat werk verricht worden. Wij treden de patiënten tegemoet met liefde en respect. Veel mensen haten zichzelf aan het eind van hun verslaving. Mensen verblijven hier gemiddeld acht weken. Op het hoofdkantoor van Spoor6 in Nederland wordt tijdens het intakegesprek bepaald of iemand een klinische of ambulante behandeling nodig heeft.  Dat is onder meer afhankelijk van de mate van functioneren. Ook de nazorg vindt plaats vanuit het kantoor in Bussum.’ Vol trots toont Marianda de gebouwen en de omgeving van de kliniek. Er heerst een lome bedrijvigheid onder de Afrikaanse zon. Op iedere vierkante meter tuin is er iemand aan het werk
met hark, schoffel of tuinschaar. De kamers van de patiënten zijn ruim en allemaal voorzien van een eigen terras. De gemeenschappelijke leef- en eetzaal doet denken aan een groot doorzon chalet.

 

Holistische benadering

Vanuit de recreatieruimte naar buiten, stap je gelijk de andere wereld weer in. Een enorm frisgroen grasveld strekt zich uit tot aan een binnenmeertje. Op het terrein loopt een hond rond van monsterachtige afmetingen, type kalf dat geen vlieg kwaad doet. Hij luistert naar de naam Pavlov. Hij heeft gezelschap van een familie pauwen en verschillende koppels tarentalen (Zuid Afrikaanse jachtvogels). Een buitenbak met vriendelijke aaibare paarden bevindt zich wat verderop op het terrein. Daarachter is de noviteit van de kliniek: een vogelobservatorium boven het water. Marianda: ‘Vogels kijken heeft iets extreem rustgevends. Bovendien zitten er hier hele mooie en bijzondere exemplaren.’ Ter onderstreping landt op dat moment een geelvink in het riet. Hoog in de lucht laat een grote roofvogel zich meevoeren op de thermiek. De behandelruimtes bevinden zich in het voormalig woonhuis van de eigenaar. Hier heeft ook Mascha van ’t Spijker (37) haar kantoor. Mascha is een Nederlandse GZ-psycholoog, die sinds twee jaar in de kliniek werkt. ‘Wij hebben hier een
prachtig behandelprogramma. Naast gedragstherapie krijgen de patiënten uitgebreide psychotherapie. Ik kan je uit eigen ervaring vertellen dat dat in diverse verslavingsklinieken om
budgettaire redenen niet vaak meer voorkomt. Wij hebben hier nog echt ruimte voor een holistische benadering.’

 

Zelfhelend vermogen

‘De groepsdynamiek is ontzettend belangrijk. De patiënten leren enorm veel van elkaar en hun gedrag wordt in de groep gespiegeld.

 

‘’Dit is de afrekening.

Een liquidatie van het

verleden. ‘Ik ben geen het.

Ik ben een ik’’’


Mensen kijken dwars door het verslavingsgedrag van hun medecliënten heen. Dat is de kracht van het groepsproces. De individuele sessies zijn er om de issues verder uit te werken. Ik vind verslaafden hele sensitieve mensen, die zich allerlei mechanismen hebben aangeleerd om dingen maar niet te hoeven voelen. Ik leer de patiënten om hun eigen emoties te verdragen. Dat is
een proces dat ik samen met hen in ga. Dat is ook het mooie van werken in de verslavingszorg: je kunt echt de veranderingen zien die mensen doormaken. In de ochtend zijn er groepen waarbij ze
het hoofd gebruiken, zoals de lezingen. In de middag bieden we meer emotiegerichte groepen aan, dan werken we aan het gevoel. Mensen ontdekken hier een heleboel. We gaan dat proces samen
aan. Gelukkig hebben mensen ook zelfhelend vermogen. Ja, ook verslaafden hebben dat. Verder is het ontzettend belangrijk dat de therapieën plaatsvinden in een veilige omgeving. Pas dan kun
je vaardigheden trainen die nodig zijn om weer de maatschappij in te gaan, zonder dat je wordt overspoeld door emoties. Deze handvatten helpen je om een nieuw beeld van jezelf te vormen. Om te leren weer om jezelf te geven.’

 

Geen One flew over the Cuckoo’s nest

‘Toen ik eenmaal alleen woonde, sloeg ik helemaal door in mijn gebruik’, vervolgt Maartje. ‘Ik heb toen een hond genomen en dat is ergens nog mijn redding geweest. Door haar was ik minder eenzaam en hield ik regelmaat. Toen een van mijn beste vrienden zelfmoord pleegde, heb ik een maand voor zijn gezin gezorgd. Na die maand ben ik helemaal geflipt. Ik kwam bij een psycholoog
terecht die bij mij een lichte borderline constateerde. Inmiddels had ik wel weer een nieuwe baan als personal assistent. Ondertussen liep mijn gebruik nog meer uit de hand. Als ik niet kon slapen door de coke, nam ik wat GHB of slaappillen. De volgende dag meldde ik me dan ziek op het werk. Dat ging zo dagen door. Ik was ook erg depressief. Uiteindelijk heb ik mijn moeder alles verteld. We zijn naar de huisarts gegaan en die wees me op Spoor6. Daar kon ik meteen terecht. Het laatste weekend voordat ik naar Zuid Afrika vertrok heb ik op mijn manier nog afscheid van de drugs genomen. En weer ben ik totaal geflipt. Ik reed rond met de hond in mijn auto en durfde op de een of andere manier niet naar huis. Om de vijf kilometer mocht ik van mezelf een snuif nemen. Ik vind het programma erg zwaar, maar ik merk nu na vier weken al dat het helpt. Ik was bang dat ik in een soort gesticht terecht zou komen. Zoiets als in de film One flew over the Cuckoo’s nest. Maar het tegendeel is waar. Ik voel me hier vrij en veilig. Over een paar weken ga ik naar huis en voor het eerst heb ik het idee dat het allemaal weer goed gaat komen.’

 

De ik-het relatie

Om zeven uur ’s ochtends komen de farm en de kliniek tot leven. Het is al licht, maar de zon bereikt alleen nog maar de hoogste bergtoppen. Vanuit alle windrichtingen komen landarbeiders  aangesjokt. Compleet met overall, hoed en een stuk gereedschap over hun schouder, begeven ze zich naar het land of de boerderij. Een kwartier later komen de patiënten langs voor hun ochtendwandeling, hun tempo ligt beduidend hoger. Daarna volgen meditatie, ontbijt en de eerste groepstherapie elkaar snel op. Om tien uur start de gestalttherapie onder leiding van psycholoog
John. De cliënten en John zitten in een kring. John start de sessie, in een prachtige dictie van Engels en Afrikaans, door de soorten relaties die mensen met elkaar hebben uit te leggen. ‘Grof gezegd
zijn er twee soorten relaties. De ik-het relatie en de ik-u relatie.’ Hij laat een plaatje zien van een prostituee op haar werkplek. ‘Wie weet welke relatie deze vrouw heeft met haar klanten terwijl
ze aan het werk is?’ Iedereen is het erover eens dat dit typisch een ik-het relatie is. ‘Bij een dergelijke relatie gaat het niet om de persoon zelf, er is geen daadwerkelijke interesse in die persoon, er is absoluut geen sprake van gelijkwaardigheid en de het-persoon is inwisselbaar.’ De groep knikt instemmend. ‘Wie van jullie is wel eens de het-persoon geweest of heeft zich zo gevoeld?’, wil John weten. Eén voor één worden de mensen uitgenodigd om te vertellen
over die keer in hun leven dat ze zich een ‘het’ hebben gevoeld.

 

Liquidatie van het verleden

De verhalen die naar voren komen zijn ronduit schrijnend. Een meisje vertelt terwijl de tranen over haar wangen lopen hoe ze jarenlang als prostituee heeft gewerkt en zich in die tijd daar vrijwel altijd een ‘het’ heeft gevoeld. ‘Het was die mannen maar om één ding te doen: mijn lijf. Als ik niet beschikbaar was, pakten ze een ander. Ik voelde me zo ondergeschikt.’ Een andere vrouw vertelt
hoe ze als zesjarig meisje door een oom seksueel misbruikt is. ‘Het gebeurde gewoon en daarna ging het leven weer verder. Alsof er niets gebeurd was, alsof het volkomen normaal was. Ik was een echte ‘het’ op dat moment. Door die gebeurtenis ben ik mijn leven lang al op mijn hoede voor gevaar. Ik sta altijd klaar om te vluchten.’ Isabel vertelt dat ze zich tijdens haar hele jeugd  de het-figuur heeft gevoeld. ‘Ik kom uit een gezin van oorlogsslachtoffers. Het was zo dysfunctioneel. Ik was het enige meisje en ben altijd genegeerd.’ Meerdere verhalen volgen. Het blijkt dat ieder groepslid een ‘het’ ervaring heeft. Enkelen schetsen situaties op het werk waarbij ze zich totaal ondergeschikt voelden.

Veel pijn komt ook voort uit ongelijkwaardige liefdesrelaties. De gemeenschappelijke noemer is dat de mensen zich totaal niet gehoord en ongeliefd voelden. Als iedereen zijn of haar verhaal heeft kunnen doen, nodigt John de groepsleden uit om in de kring te komen staan. Weer één voor één mogen ze een stap naar voren doen. Dit is hun afrekening. Een liquidatie van het verleden. ‘Ik ben
geen het. Ik ben een ik. Ik ben een persoon.’ Sommige groepsleden huilen, de meeste gezichten vertonen opluchting.

Persoonlijk wonder

Na de sessie praat John nog even na met de groep over wat de opname in Bloemendal voor hen betekent. Bianca: ‘Dit is mijn tweede rehab, hiervoor ben ik vijf jaar lang nuchter geweest.  In de eerste kliniek kreeg ik te maken met seksuele intimidatie. Hier mag ik zijn wie ik ben en hoef ik me niet te verdedigen. Ik voel me geaccepteerd.’ ‘Heel mijn leven lang ben ik al op zoek naar hulp’, vult Isabel aan. ‘Hier voel ik me begrepen. Deze opname voelt aan als een persoonlijk wonder.’ Arnie vindt de behandelingvooral hard werken aan zichzelf. ‘Deze therapie leert mij om van mezelf een beter mens te maken.’ Maike heeft al in meerdere klinieken gezeten. ‘Hier leer ik om eerlijk naar mezelf én naar mijn omgeving te zijn. Ik begrijp nu ook beter wat mijn eigen aandeel
is geweest in de dingen die mis zijn gegaan. Ik ben een heel onzeker mens. Ik leer hier om te voelen en mezelf te accepteren. Maar het belangrijkste dat ik leer is om van mezelf te houden.’  Als laatste neemt John het woord. ‘Ik werk hier nu drie jaar en ik vind het een privilege om met deze mensen te mogen werken. Ik ben constant verbaasd over de integriteit van de cliënten en de kwaliteit van de groepssessies. Ik heb in al die jaren niet één persoon leren kennen die niet speciaal was. Werken met deze mensen maakt me nederig.’ Deze dag bestaat het middagprogramma uit groepstherapie en paarden- en creatieve therapie. Op andere middagen wordt er ook een uur gesport. Na de avondmaaltijd bezoeken alle cliënten een meeting in een plaats in de buurt. De dag eindigt rond tien uur met de dagafsluiting. Daarna gaan één voor één de lichten uit. Het wordt stikdonker op het platteland van Zuid Afrika. Alleen de geluiden blijven. Op een tak komt een grote uil tot leven. Met een wijze blik waakt hij over al het leven op Bloemendal.

De namen van de cliënten zijn gefingeerd.

 

Het nieuwe leven van Siem Kloprogge

De zakkende zon schijnt verzengend tussen de boomtoppen door. In de verte klinken geluiden van een veldslag en elders mekkert een schaap. Siem sjokt over een bospad met in zijn ene hand een boog en in zijn andere een zakje met – zo is hem verzekerd – magische kiezelstenen. Hij is de elf Borgolas en daar baalt hij flink van. Ineens klinkt er luid gekraak en Gert-Jan komt vanachter een stapel kreupelhout het bospad op gestevend. Hij draagt een berenvel over zijn schouders en heeft een helm met koeienhoorns op. ‘Mijn vriend Gert-Jan is een larper. Ga anders eens met hem mee’,
zei neef Arne een week geleden tegen Siem. Siem wist niet wat een larper was. ‘Live Action Role Playing,’ verduidelijkte neef Arne, ‘je bent dan een ridder, of elf, en je gaat op queeste in het bos.’
Siem had nooit de minste behoefte gevoeld op queeste te gaan in het bos maar hij had neef Arne beloofd voor alles open te staan. En zodoende banjert Siem op deze kleffe zondagavond door het
mulle zand van een afgezet duingebied, op zoek naar een kist vol plastic dukaten. Of, zoals ene Joost het aan het begin van de dag verwoord heeft, ‘de schat van Drakonym’. Siem neemt een slok  water uit zijn veldfles. Vijf jaar lang heeft hij zich van de planeet gezopen en gesnoven en nu heeft zijn zoektocht naar een invulling van ‘het leven erna’ hem hier gebracht. In het ‘rijk Tyriana’, waar tussen de tweekampen door broodjes ham geserveerd worden en het verboden is om hobbits om te duwen. ‘Het bloed van de wolvenkinderen!’ schreeuwt Gert-Jan. Een klein vogeltje maakt zich klapwiekend uit de voeten. ‘Hallo’, zegt Siem. ‘Ik wens te spreken met Dragolan, de elfenkoning! Waar is hij? Spreek, elf!’, buldert Gert-Jan, en hij zwaait met een grote knots. Siem heeft geen idee wie Dragolan is.‘Is dat Joost?’ vraagt hij. Gert-Jan laat zuchtend zijn wapen zakken. ‘Siem , je moet niet steeds iedereen bij zijn echte naam aanspreken,  dat is niet leuk’. ‘O’, zegt Siem. Hij denkt aan een feest in een of ander kraakpand waar hij ooit stomdronken op een bank terechtkwam naast een zekere Harold die alleen met ‘Tekno Fucker’ aangesproken wenste te worden. Toen Siem voorzichtig
informeerde naar wat er mis was met ‘gewoon Harold’ werd zijn halveliterblik lauwe pils uit zijn hand geslagen. Tekno Fucker brulde iets woedends over kapitalistische erfzonde en de Tweede
Kamer – die hij in de fik ging zetten – en Siem maakte zich zwalkend uit de voeten. ‘Nou, Elf! Waar is Dragolan?’ roept Gert-Jan weer. Siem zucht. ‘Ik weet niet waar Dragolan is, Thorben Wolvendoder,’ mompelt hij en hij slaat een soort kruis, maar dan omgekeerd, zoals Gert-Jan hem geleerd heeft.‘Lieg niet, Borgolas, zoon van Zorgolas!’ stampvoet Gert-Jan. ‘Ik lieg niet,’ zegt Siem, ‘maar als je Joost bedoelt: die zag ik daarstraks met zijn tengels in het slipje van Galendra de woudheks  grabbelen, in de bosjes daarginds.’ ‘In het drakennest?’ informeert Gert-Jan, die ‘bosjes daarginds’ duidelijk een veel te vage omschrijving vindt. Siem knikt, al zouden die bosjes even goed de Donkere Ruïnes of het Dwergenkerkhof kunnen wezen. Hij denkt terug aan het kraakfeest. Na zijn aanvaring met Tekno Fucker had hij van een knauwende tiener een tweetal pillen gekocht en ze allebei met een flinke teug in zijn mik gekieperd. Een uur later stond hij met zijn kop vol liefde en zijn kaken zo strak als een scheerlijn tegen een box aan te rijden en noemde hij ieder meisje dat passeerde ‘prinsesje’. Ironisch, mijmert Siem, als ik hier in dit godvergeten bos nou stijf van de feestpillen zou staan dan werd het misschien nog wat met die klote-queeste. Dan zouden die officemanagers in harnas nog eens wat beleven, met hun woudheksen en hun draken en hun klamme koffiebroodjes. Maar hij staat niet stijf van de feestpillen. Hij zal nooit meer stijf staan van wat dan ook ter wereld. ‘Kom Borgolas’, roept Gert-Jan, ‘we gaan Galendra bevrijden.’  En hij stormt met zijn knots geheven de bosjes in. ‘Ik wil niet’, zegt Siem, maar er is niemand die hem hoort.

Tekst: Lucas de Waard