Mijn naam is David Kwame Warndorff. Ik ben geboren in Ghana en getogen in diverse andere Afrikaanse landen, en ik heb er ook jaren als arts gewerkt. Op 40-jarige leeftijd ben ik naar Nederland teruggekeerd met mijn gezin, en ben ik eerst als verslavingsarts gaan werken en daarna heb ik mij in de psychiatrie bekwaamd.

Ondanks mijn gevarieerde professionele achtergrond lijkt het alsof daar toch een rode draad in zit: de betrokkenheid bij de gestigmatiseerde, of de verstoten, medemens. In Afrika was dat de lepra patiënt; hier in Nederland is dat de psychiatrische patiënt, en m.n. de verslaafde. Verslaving gaat immers vrijwel altijd gepaard met minachting of verachting van de omgeving – wat dan weer bijdraagt aan de schaamte- en schuldgevoelens waaronder verslaafden zo gebukt plegen te gaan.

Verslaving is m.i. een psychiatrische aandoening waarvoor wij allemaal gevoelig zijn, maar sommige mensen (veel) meer dan anderen. Centraal in verslaving speelt meestal ontkenning of bagatellisering (o.a. ter bescherming van het zelfbeeld) en dat gaat weer gepaard met liegen en bedriegen en manipuleren, etc.; kortom, het gedrag van de verslaafde waarmee naasten (begrijpelijkerwijs) zoveel moeite hebben.

Veel verslaafden komen in de reguliere geestelijke gezondheidszorg (GGZ) naar mijn indruk niet tot hun recht. Zelf ben ik bijna tien jaar geleden met onvrede weggegaan bij een grote verslavingsinstelling, vooral omdat het net leek alsof het helemaal niet de bedoeling was dat verslaafden zouden afrekenen met hun verslaving. Terwijl het werken als psychiater in de verslavingszorg juist zo aardig kan zijn omdat je patiënten meestal echt beter kunt maken. Dat wil zeggen: ze zullen altijd verslavingsgevoelig blijven, en ze zullen van verslavende middelen en processen af moeten blijven, maar je kunt ze helpen hun kwaliteit van leven enorm te verbeteren – waarbij de behandelingen (bovendien) relatief kortdurend zijn. Ik heb het hier over verslavingszorg die geboden wordt met beproefde psychotherapeutische technieken, maar die stoelt op de inzichten van de 12 stappen (het zogenaamde Minnesota Model).

Waarin liggen de verschillen in aanpak van een kleine instelling als Spoor6 en de grote reguliere verslavingszorginstellingen? Ten eerste streven wij bij Spoor6 behandelsucces na: wij willen niet pappen en nathouden maar verslaafde mensen beter maken. Ten tweede zetten wij bij de behandeling o.m. ervaringsdeskundige counselors in: professionals die zelf met een verslaafd bestaan hebben afgerekend. En ten derde brengt onze basisfilosofie met zich mee dat wij in de behandeling zo nodig “hard” optreden, d.w.z. dat wij durven (in het kader van: blame the sin, not the sinner) onze patiënten stevig te confronteren. De klassieke verslaafde is er immers een meester in om de gemiddelde gezondheidswerker voor de gek te houden, en dat lukt bij onze behandelaren veel minder goed.

Als psychiater probeer ik mijn bijdrage te leveren aan het succes van onze behandelingen door terughoudend te zijn in het vaststellen van andere psychiatrische aandoeningen dan verslaving. Onder gezondheidswerkers bestaat er een tendens om bij verslaving steeds te denken in termen van “de onderliggende problematiek”, alsof verslaving een inferieure diagnose is, of slechts een symptoom van een andere aandoening. Dus, bijvoorbeeld: patiënt drinkt weliswaar te veel, maar “eigenlijk” is er sprake van een traumatisch verleden, en als we de naweeën daarvan maar weten op te lossen dan zal patiënt vanzelf minder gaan drinken. Het is meestal gewoon niet waar! Wèl is het koren op de molen van de verslaafde, die immers ook veel liever een andere psychiatrische stoornis dan een verslaving heet te hebben. Genoemde gezondheidswerkers komen dan ook in zekere zin de verslaafde tegemoet in de ontkenning die hem of haar vaak al jaren gevangenhouden in de verslaving – maar dan nu met medische “sanctionering”.

Natuurlijk komt het voor dat er bij verslaving ook andere psychiatrische problemen spelen, maar dat is in de minderheid der gevallen zo. Een doortastende behandeling van de verslaving leidt er dan ook meestal toe dat de patiënt erkent dat hij of zij de psychische klachten – die ooit de aanleiding waren voor het begin van de verslaving – a.h.w. heeft “gekoesterd” om die verslaving te (blijven) rechtvaardigen. En wanneer zij dat gaan inzien dan verdwijnen die klachten in de regel vanzelf. In de minderheid der gevallen blijven andere psychiatrische problemen bestaan ondanks een succesvolle behandeling van de verslaving. Die problemen dienen m.i. pas geadresseerd te worden wanneer de patiënt in staat is geraakt om van de behandeling daarvan te profiteren, namelijk als hij of zij langere tijd abstinent is. (Ook moet het risico worden vermeden dat de – vaak ingrijpende – behandeling van die andere problemen een terugval in de verslaving veroorzaakt.) Zo nodig verwijzen wij bij Spoor6 patienten voor de aanpak van die andere psychiatrische problemen naar gespecialiseerde psychotherapeuten.

Ik heb in de loop der jaren veel mensen met een verslavingsprobleem – die vaak al jaren werden behandeld in de GGZ – “verlost” van een andere, soms nog veel meer stigmatiserende, psychiatrische diagnose zoals schizofrenie.

Uiteraard is het wèl de taak van de psychiater om te proberen te voorkomen dat mensen voor de behandeling van een verslaving worden aangenomen bij wie er daadwerkelijk iets anders speelt, of dat nu op psychisch of op lichamelijk terrein is. Ook dient de psychiater vast te stellen dat de patiënt die zich aanmeldt oprecht gemotiveerd is om de behandeling met toewijding aan te gaan: een goede verslavingsbehandeling betekent immers keihard werken!