Verschil tussen man en vrouw en een verslaving

Dezelfde ziekte, een ander ziektebeloop

Lange tijd werd gedacht dat verslaving een ‘mannenziekte ‘was en werd onderzoek naar verslaving voornamelijk gedaan in mannelijke populaties. In de jaren tachtig begon de wetenschap zich te richten op verslaving onder vrouwen en daarmee ook op de verschillen tussen beide seksen als het om mentale problemen gaat.

Uit een overzichtsstudie (review) over 25 jaar blijkt dat het voorkomen van verslaving onder beide seksen gelijk is. Deze studie is gedaan zowel onder verslaafden die in behandeling zijn geweest als die niet in behandeling zijn geweest gedurende deze periode. Hieruit blijkt dat het voorkomen van verslaving onder beide seksen gelijk is.

Klinische patiënten

Als men kijkt naar de klinische patiënten, is er een discrepantie te vinden; van de verslaafden in behandeling was ongeveer 70% man en slechts 30% vrouw. Verder bleek uit deze review dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen mannen en vrouwen met betrekking tot de ziekte:

  • Mannen zijn vaker in ontkenning over hun verslaving, terwijl vrouwen wel erkennen verslaafd te zijn maar zich schuldig voelen en/of zich ervoor schamen.
  • Vrouwen raken pas later in het leven verslaafd dan mannen.
  • Bij vrouwen is er vaker sprake van co-morbiditeit; dat wil zeggen dat er vaker een psychisch probleem ten grondslag ligt aan hun verslaving.
  • De reden dat men begon met drinken en de factoren die de verslaving in stand hielden, verschillen. Hetzelfde geldt voor de triggers tot terugval.

In de onderzoeken werden specifieke voorbeelden gegeven:

Het begin van de verslaving – Verschillende onderzoeken tonen aan dat de reden voor gebruik van middelen voor vrouwen vaak een traumatische gebeurtenis is; met name huiselijk geweld en seksueel of emotioneel misbruik.

Een onderzoek uit de jaren negentig toonde aan dat onder vrouwen in verslavingsbehandeling maar liefst 70% slachtoffer was (geweest) van een vorm van mishandeling. Ook komen de vrouwen in deze onderzoeken, vaker dan mannen, uit een ontwricht gezin. Zij hebben bijvoorbeeld op jonge leeftijd de ouderrol op zich moeten nemen voor broers en/of zussen.

Co-morbiditeit – Een belangrijk verschil tussen mannen en vrouwen met een verslaving is co-morbiditeit. Bij vrouwen komt naast hun verslaving vaker een depressie, paniekstoornis of fobie voor. Bij mannen met een verslaving werd vaker een antisociale persoonlijkheidsstoornis of gedragsstoornis vastgesteld.

Tevens verschilt de ontwikkeling van de psychische aandoening in relatie tot de verslaving; onder vrouwen gaat een depressie of angststoornis vaker vooraf aan de verslaving, waar mannen meestal eerst een verslaving ontwikkelen en vervolgens een psychische stoornis.

Het patroon – Over het algemeen begint de verslaving bij vrouwen op latere leeftijd dan bij mannen; daarnaast is de progressie van de verslaving bij vrouwen vaak veel sneller dan bij mannen. Vrouwen met een verslaving hebben, vaker dan mannen, een relatie met een verslaafde partner. Hierdoor wordt de verslaving in stand gehouden en kan het moeilijker zijn om na een verslavingsbehandeling bij thuiskomst niet terug te vallen in oude gewoontes.

Behandeling

Ook gaan vrouwen met een verslaving minder vaak in behandeling bij een verslaving of afkickkliniek. Eerdere studies uit de jaren tachtig en negentig suggereren dat de oorzaak in die tijd te vinden was in de maatschappelijke rol van de vrouw als primaire zorgende voor de kinderen. Er werd gesteld dat zij de zorg voor hun kinderen belangrijker vonden dan hun eigen verslavingsprobleem.

Als zij toch in behandeling gingen, bleek deze behandeling veel minder effectief; de verslavingszorg was in de vorige eeuw vooral gericht op de mannelijke patiënt. Zoals hierboven vermeld, wees klinisch onderzoek uit dat mannen vaker in de ontkenning zijn over hun verslaving, terwijl vrouwen eerder een schuld- of schaamtegevoel hebben.

De klassieke confrontatie-aanpak, met als doel ontkenning om te zetten in onderkenning, had bij vrouwen een tegengesteld effect. Omdat zij hun verslaving al onderkenden, maakte deze aanpak het gevoel van schaamte en schuld té groot.

Onderzoek naar sekseverschillen

Ten tijde van het desbetreffende onderzoek werd vermoed dat het veranderen van de maatschappij een interessante wending zou geven aan de verschillen tussen mannen en vrouwen in het ontwikkelen van een verslaving; vrouwen zouden namelijk steeds geëmancipeerder worden en meer deelnemen in het leven buiten het huis en/of gezin. Men ging er derhalve van uit dat de gendergebonden verschillen met betrekking tot verslaving en verslavingsbehandeling in de toekomst niet meer zouden bestaan.

Onderzoek naar gendergebonden verschillen in middelenmisbruik is sindsdien voortgezet.Een recent artikel (2018) bevat een overzicht van studies die zijn uitgevoerd in de afgelopen twintig jaar. Er is steeds meer bekend geworden over sekse- en genderverschillen en de invloed van zowel aanleg als opvoeding en invloeden van buitenaf op de genderrol. Zo stelt dit artikel dat de verschillen binnen de verslavingsproblematiek heterogener zijn geworden; er is tegenwoordig steeds meer bewijs dat het brein niet van tevoren is vastgelegd, maar dat invloeden van buitenaf de hersenen ook tijdens het leven nog vormen.

In dit artikel wordt een aantal verschillen beschreven die nog steeds lijken te gelden: vrouwen hebben andere triggers voor terugval en voor vrouwen is de drempel nog steeds hoger om in behandeling te gaan voor een verslaving. Daarnaast blijkt uit de studies dat de onttrekkingsverschijnselen bij vrouwen vaak heviger zijn dan bij mannen en ontvangen vrouwen vaak minder steun van naasten bij het herstellen van een verslaving. Naast het feit dat verslaving bij vrouwen meer gestigmatiseerd is, bestaat er daardoor bij vrouwen meer risico op terugval.

Bovenstaande is voor Spoor6 aanleiding geweest te starten met een avondprogramma alcoholgebruik dat genderspecifiek is. In de mannen- of vrouwengroepen wordt gericht gewerkt met de hierboven beschreven gendergebonden problematiek.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem contact met ons op

Bronnen

Brady KT et al. Gender differences in substance use disorders. Add Dis 0193-953X;99

Nelson-Zlupko et al. Gender Differences in Drug Addiction and Treatment: Implications for Social Work Intervention with Substance-Abusing Women. Social work 1995:40(1);45-54

Dunne FJ et al. Gender differences in psychiatric morbidity among alcohol misusers. Compr Psychiatry 1993:34:95-101

Kessler RC et al. The epidemiology of co-occuring addicitive and mental disorders: Implications for prevention and service utilization. Am J Orthopsychiatry 1996 66:17-31

GENDER DISPARITIES IN MENTAL HEALTH; WHO dept of mental health and substance dependence.

Becker JB et al. SEX DIFFERENCES, GENDER AND ADDICTION. J Neurosci Res. 2017 January 2; 95(1-2): 136–147